‘Zij liever dan ik’

by

Zaterdag 7/7/2018

Op mijn veertiende kreeg ik mijn zin. Dansen, dat was wat ik ging doen, dag in, dag uit. Ik deed ten slotte al tien jaar aan ballet. De school voelde als Fame en alle mensen om me heen genoten van hetzelfde als ik. Ik rookte mijn eerste sigaretje met oud en nieuw en mijn tweede stiekem op het hek voor de school, zenuwachtig om me heen kijkend of mama’s auto er nog niet stond. Op dat hek zaten alleen mensen met status, de mensen waar je bij wilde horen. Waaronder een jongen met zwarte krullen en zijn gitaar altijd quasi-nonchalant om zijn nek. Af en toe mocht ik erbij.

Toen ik zestien werd zag alles er anders uit. Met mijn eerste slokken wijn achter mijn kiezen had ik ook mijn eerste beetje zelfvertrouwen gewonnen. Toneel, dat was het nu. Een nieuwe school, in de stad. Voor het eerst een beetje loskomen van dat platteland. Dramalessen van een docente met een Dopper vol whisky. Danslessen van een docente die ons altijd duidelijk maakte dat zij net niet goed genoeg was voor op het toneel. Toch zag ik de school niet vaak van binnen, niet vaak genoeg voor een waarheidsgetrouwe sfeerimpressie. Het park erachter was interessanter.

Al mijn vrienden hadden dreads, felgekleurd haar, droegen gewaden of juist studs, hadden piercings en zaten toen al onder de tattoos. Ze waren altijd depressief of gedroegen zich in elk geval zo. Hun ouders waren junks of leefden ver onder de armoegrens. Hoe treurig dat is, zie ik nu pas. Ik knalde ook maar een ringetje door mijn neus, of een koeienring, zoals mijn opa en oma hem noemden. Ik werd vele malen opnieuw verliefd, maar nooit echt. Ik viel op niet al te knappe jongens met broeken van hippiemarkten, die nooit zo vredelievend waren als ze eruit zagen.

Vlak voor mijn achttiende verjaardag riep ik dat ik weg ging uit Zeeuws-Vlaanderen. Een week later had ik een hok van nog geen acht vierkante meter in Utrecht. Dolgelukkig was ik. Mijn uitzicht was nu geen oude boerderij meer, maar een moskee annex Kebab Factory in het pittoreske Lombok. Ik had nog geen idee van hoe afwas zich opstapelt, wat boodschappen kosten en hoe je je dagen nou eigenlijk invult, als volwassene zijnde. Als conclusie trok ik, dat elke week je hoofd vol met glitters smeren om uit te gaan in een gekraakt café nu ook kon. En best cool, dacht ik.

Gisteravond vierde ik mijn twintigste verjaardag en er vielen me twee dingen op: alles is anders en alles is zo hetzelfde gebleven. Ik heb nog steeds vriendinnen met haar in alle kleuren van de regenboog en glitters onder hun ogen, maar ook kennissen die vanaf nu gefeliciteerd willen worden met hun zwangerschap. Ik trek aan mijn sigaret en denk, zij liever dan ik. Wanneer ik om me heen kijk, zie ik iedereen genieten. Ze lijken allemaal hun plek gevonden te hebben.

Als iedereen langzaamaan vertrekt, blijven we met zijn vieren over. Vannacht ging de muziek op dat moment niet zachter, maar juist harder. We dansten tot de zon opkwam en we de vogels hoorden fluiten. Ik playbackte Franse jaren ’60 liedjes en dartelde in mijn zwierige jurk door de kamer. Ik zag je, gek van verlangen, naar me kijken. Ik zeg altijd, dat als ik iets zou wensen, het rust zou zijn. Even wat minder chaos in mijn hoofd. Juist op dat moment, om 4:30, besefte ik, dat dit misschien wel is wat rust inhoudt. Kunnen genieten van de drukte.

No tags 0 Comments 4

No Comments Yet.

What do you think?

Your email address will not be published. Required fields are marked *