Zeik niet zo: ‘We hadden rust nodig, kut millennials’

by

Ik heb nooit ergens zin in. Dat wilde ik nog even opbiechten nu dit jaar voorbij is. Het is iets wat weinig mensen van mij lijken te weten, trots ben ik er ook niet per se op. Het is ook iets wat je eigenlijk niet merkt zodra ik ergens ben, het gaat om de stap daarvoor. Als ik me er eenmaal overheen heb gezet, is het eigenlijk vrijwel meteen voorbij. Als ik dit Google, kom ik alleen maar op pagina’s die me vertellen dat ik ofwel een burnout heb of dat ik dingen moet gaan doen waar ik meer plezier in heb. Allebei niet waar. Als ik een burnout heb dan ben ik daar blijkbaar mee geboren en ik doe al zo’n beetje de hele dag dingen die ik leuk vind. Waar ik anders op uit kom is de term hoogsensitiviteit. Kijk, als het bestaat, dan die is beschrijving me op het lijf geschreven, maar voor nu vind ik het vooral iets wat door de maatschappij bedacht lijkt. Is je kind net iets anders en huilt het veel? Ah, hoogsensitief. Vind je veel vermoeiend en hou je niet zo van sociale interactie? Ja, hoogsensitief. Ik vind het een hokje waar nogal veel – in mijn ogen doodgewone – karaktereigenschappen in worden geschoven.

Ik begon laatst aan een nieuwe klus en dat begon met een voorstelrondje. We moesten elkaar beschrijven in drie woorden zonder ooit een woord gewisseld te hebben. In het kader van nooit ergens zin in hebben, iets dat ik sowieso al haat. Ik werd bijna unaniem omschreven als ‘vrolijk, sociaal, gezellig’. Ik kan best gezellig zijn hoor, maar over het algemeen heb ik niet echt gevoel dat je mij samenvat als vrolijk, sociaal en gezellig. Ik zou zelf eerder denken aan eigenwijs, bazig en dromerig, of gewoon afwezig. Ligt eraan in welk daglicht je dat wilt plaatsen. Misschien maakt dat ook dat ik nooit ergens zin in heb. Ik vind het wel fijn om een beetje in mijn hoofd te blijven. Het kan ook dat eigenwijze zijn, zodra ik iets moet vind ik het niet leuk meer. Elke week weer denk ik: ik háát schrijven.

De ellende van het jezelf vervoeren, of dat nou op de fiets is met tegenwind of in een trein met vertraging, wanneer ik vooruit denk heb ik namelijk nooit meewind of gewoon een rijdende trein. De ellende van het ongemakkelijke gesprek, de smalltalk, als je ergens bent met mensen die je niet goed kent. Ik ben namelijk ster in mezelf aanpraten dat ik dat niet kan, terwijl ik dat als het moet, best kan. Zodra mijn vriend erbij is, ben ik namelijk in ongemakkelijke situaties wel degene die het gezellig houdt. Zo hadden we ons vorig weekend opgesloten in een huisje in het bos. We hadden rust nodig, kut millennials. Zelfs daar had ik geen zin in. De trein, mijn to-do list die daarvoor nog af moest, een storing waardoor ik die niet afkreeg, slepen met boodschappen en uberhaupt, boodschappen doen in het gezelschap van iemand, ‘is er wel genoeg wijn?’. Ik zag er enorm tegen op, terwijl ik er al weken naar uitkeek.

Chaotisch als we zijn, hadden we niet vooruitgekeken, want op zondag rijdt er natuurlijk geen bus in een boerengat. Als iemand dat had moeten weten, was ik het wel. Geen probleem, de eigenaars van het huisje brachten ons wel even. Twee uur heb ik daar tegenop gezien. Ik moest namelijk wel een kwartier in de auto zitten met twee mensen waar ik eigenlijk niks tegen te zeggen had. En mijn vriend al helemaal niet, maar die trekt het zich niet aan. Uiteindelijk heb ik op mijn alleraardigst gesmalltalkt en was hij stil. Volgens mij vonden ze dat eigenlijk ook wel prima. Ik heb ook altijd wat te zeiken, want je raadt het al; in terug naar huis gaan had ik óók geen zin.

Misschien is dit ook een goed moment om even te bekennen dat ik me ook altijd druk maak. In mijn hoofd sterven de mensen waar ik van hou zo’n tien keer per dag, als het niet vaker is. Het liefst zou ik ze allemaal in doosjes doen. Altijd voor ze zorgen, ik doe de rest wel, als jou maar niks overkomt. Maar zelfs in het zien van die mensen, heb ik vaak gewoonweg geen zin. Ik ken niemand die zo slecht is in het onderhouden van vriendschappen als ik. Gelukkig zijn mijn vrienden op de hoogte en nemen ze me het niet kwalijk, maar zelf doe ik dat af en toe wel. Zoals ik al vaker heb benoemd is er bij mij gewoon geen middenweg. Mijn vriend heb ik namelijk in alle tijd dat ik hem ken misschien hooguit twintig dagen niet gezien. Daar zitten twee vakanties bij, dus reken maar uit. Nu wonen we samen en hij is de enige die ik elke dag om me heen kan verdragen. Ik heb zelfs zin om hem te zien als hij na een dag thuis komt van zijn werk, over uitersten gesproken. Het klinkt nu misschien alsof mijn leven één en al ellende is. Valt best mee, genieten kan ik namelijk best goed. Om maar iets stoms te noemen, ik geniet ervan als de deuren van de trein open gaan, er heel veel mensen staan te wachten en jij daar uit kunt stappen met alle ogen op jou gericht. Of is dat niet genieten maar gewoon aandachtsgeil?

Dus ik had bedacht dat ik in 2019 zin ging maken. En dan niet zoals Jamie Li. Zin in de normale dingen, de dingen die iedereen makkelijk af lijken te gaan. Totdat ik me bedacht dat mijn oma ook nooit ergens zin in heeft. Dat gaat al jaren goed. Het enige verschil is dat zij niet zo zeikt. Misschien moet ik daar mee gaan stoppen. Zal m’n vriend ook fijn vinden.’

No tags 0 Comments 1

No Comments Yet.

What do you think?

Your email address will not be published. Required fields are marked *