Uitwaaien: ‘Ik voelde me best volwassen die dag, tenminste..’

by

Een strandwandeling in het najaar is ook een beetje geluk. Ik was met twee vrienden naar Bloemendaal aan Zee. Even lekker uitwaaien, zoals we dat in de lage landen hebben genoemd. Met handschoenen aan en muts op liepen we over het Hollandse zand richting de duinen. De zon scheen in onze rug terwijl we klauterden over de heuvels die ons voor de woeste Noordzee beschermen. “Het is vandaag weercijfer 10!” had een van de mannen in de auto ernaartoe vol enthousiasme geroepen. Ik keek naar de lucht en zag inderdaad enkel wat schapenwolken. Het was een prachtige zondag.

Ik voelde me best volwassen die dag. Tenminste: als je volwassen zijn net als ik associeert met het maken van enigszins verstandige keuzes. Ik had dat weekend niet gezopen, de week daarvoor regelmatig gesport, en werd die zondagochtend rond een uurtje of negen al wakker. Uit mezelf. En dat voelde toch best wel goed, als student zijnde. Mijn moeder had op mijn leeftijd al een dochter én was zwanger van mijn broer. Ik ben al hartstikke blij als ik het voor elkaar krijg m’n planten wekelijks water te geven. Geen moment waarop ik me volwassener voel dan wanneer ik met de plantenspuit in de weer ben.

Toch vind ik het nog best spannend allemaal. Volwassen worden, bedoel ik. Toen ik jong was, kon ik niet wachten op de toekomst, die zich als een lichte wereld vol voorspoed en geluk aandiende. Maar nu ben ik ouder en lijkt het allemaal ineens een stuk onheilspellender. Dagen en weken worden gewichtiger en keuzes belangrijker. Nu zijn het juist mijn jonge(re) jaren die als licht en zorgeloos aanvoelen.

Ik ben er overigens achter gekomen dat ouder worden geen lineair stijgend proces van menselijke ontwikkeling is, waarbij je ‘het leven’ steeds meer door hebt. Integendeel: het is vallen en opstaan. Het is ingewikkeld, chaotisch. Ik verbond leeftijd voorheen aan wijsheid maar ben nu soms meer in de war dan ooit. Een ietwat onzekere jonge twintiger die De Grote Vragen Van Het Leven probeert te beantwoorden, maar ze nog nauwelijks aan zichzelf durft te stellen. Waar ga ik naartoe? Wie ben ik eigenlijk?

Soms voelt het alsof ik op een kantelpunt sta. Dan doe ik mijn sterrenbeeld eer aan en probeer ik zo evenwichtig mogelijk tussen jong en volwassen te balanceren. Ik wil verantwoordelijke keuzes maken, maar vooral ook een beetje lol hebben. Ik wil zorgeloosheid omarmen, maar wel serieus bezig zijn met de toekomst. Ik voel paniek en opwinding tegelijkertijd. Wat moet ik daarvan maken?

Joan Didion schreef ooit dat we gewoon met de chaos moeten leven, en onszelf in de stuiptrekkingen van de wereld moeten gooien. Oftewel: je moet de onrust in jezelf en het leven gewoon omarmen. Want het hoort erbij. Daar groei je van. Ik probeer het, en dat gaat soms best oké. Maar vaak ook niet. En dan zit ik met twee andere jonge twintigers in de auto naar het strand. Om uit te waaien.

Die namiddag, in de auto terug naar de stad, ervoer ik dat bijzondere genoegen dat je krijgt van lange herfstwandelingen, rozige wangen, lief gezelschap en een zeker gevoel van tevredenheid. Het was het gouden uur en Acda en De Munnik zongen door de radio dat het zonnestralen regende. Ik keek naar de horizon, en zag inderdaad hoe de zon de Amsterdamse ringweg van een goudgele gloed voorzag. Even later vroeg ik me hardop af waar ik mijn nieuwe column over zou schrijven. “Schrijf ‘m over vandaag,” zei de man naast mij. Dus bij deze: een ode aan wandelingen, uitwaaien, volwassen worden en het allemaal soms gewoon niet zo goed weten.

Ik wil graag eindigen met een citaat uit Patti Smith’s Just Kids: “”Where does it all lead? What will become of us?” These were our young questions, and young answers were revealed. “It leads to each other. We become ourselves.””

No tags 0 Comments 0

No Comments Yet.

What do you think?

Your email address will not be published. Required fields are marked *