Tevreden in de put: “Een slagveld leek het, iedereen was uitzinnig”

by

Ik heb ieder jaar last van een winterdip. En niet zomaar een dip maar echt niveau joppiesaus, of van die neon gele vloeibare mosterd; een vreselijke dip dus. Al een aantal jaar begin ik me rond de maand oktober leger te voelen. Minder energie, minder zin om dingen te ondernemen, minder initiatief om vrienden te ontmoeten en opstaan voelt überhaupt al als een dagtaak. Vorig jaar kreeg ik dan ook een ‘daglichtlamp’. Deze straalt uv-licht uit en staat algemeen bekend als een goed middel tegen winterdepressies. Om half zeven gaat mijn wekker. Deze kerstvakantie nam ik me voor om niet meer te snoozen. Ik las laatst namelijk ergens dat dit nog slechter voor je is dan roken en het leek me een mooi streven om 2020 snoozeloos in te gaan. Dat voornemen verbreek ik natuurlijk maandagochtend meteen al. Ik lig van half zeven tot acht uur steevast te snoozen. Uiteindelijk spring ik mijn bed uit en zet ik mijn daglichtlamp aan. Ik schuif de stapel schone was die ik al een week moet opruimen aan de kant en ga op de bank zitten. De uv-lamp spuwt haar felle blauwige licht in mijn gezicht. Ik dacht dat ik niet treuriger kon worden, maar het tegendeel blijkt. Het onnatuurlijke licht confronteert me alleen maar meer met mijn sombere realiteit.

Ik open de NOS app en sta gelijk oog in oog met nog meer narigheid. Vuurzeeën in Australië, paranoïde ruzies tussen de Verenigde Staten en Iran, een dode vrouw die twee jaar in haar huis dood lag te wezen. Troostende, hoopvolle berichten kan ik van de NOS blijkbaar niet verwachten. Ik neem me voor om vanavond te gaan zwemmen. Ik neem me altijd van alles voor zodat ik mezelf vervolgens later teleur kan stellen door het niet te doen. Niet snoozen, bijvoorbeeld. Verder heb ik me voorgenomen minder te drinken, iedere dag te wandelen, beter piano te leren spelen, iedere maand minstens een boek uit te lezen, een film te maken en minder uit te stellen. Er volgen nog vele andere voornemens, maar het zal weinig aan je leven toevoegen als ik die nu op ga sommen. Ik kijk in de spiegel, ik hou van het meisje dat me aankijkt. Ik weet van haar dromen, wensen en goede bedoelingen. Waarom zit ik hier nu, in een blauwverlichte kamer, een bakje goedkope Lidl muesli te eten? Waarom ben ik niet mijn dromen aan het najagen, geschiedenis aan het schrijven of nieuwe vrienden aan het maken?

Ik denk aan Trump en z’n door narcisme gedreven acties. Het is absoluut een achterlijke eikel, maar hij komt in ieder geval in actie, dat valt over mij niet te zeggen. Ik moet naar een congres. Op de fiets kijk ik om me heen, alle mensen bewegen zich als een uurwerk langs en door elkaar heen. Het is een maandagmorgen zoals we er zovelen kennen. Ik kan me bijna niet voorstellen dat hier nog geen week geleden een rookgordijn hing waarin je nog geen halve meter vooruit kon kijken. Een slagveld leek het, iedereen was uitzinnig. Het leek of mensen hun opgestapelde zorgen, leed en frustraties met de vuurpijlen mee de lucht in schoten. In retrospect vind ik het ineens jammer dat ik nooit vuurwerk heb afgestoken, ik heb aardig wat om de lucht in te vuren. Op het congres is een spreker, hij vertelt over hoe hij op een dag zijn droom nagejaagd heeft. Mijn collega zit naast me, ze zucht zo diep dat het haast te classificeren valt onder het kopje ‘grommen’. De spreker, Kevin, vertelt ondertussen enthousiast verder. Hij verkocht al zijn spullen, verhuurde zijn huis en bracht een bericht de wereld in: ‘ik wil graag een experiment uitvoeren en bij 80 verschillende bedrijven over de wereld een week werken.’ Dit ging niet altijd even makkelijk, en natuurlijk volgden er een aantal clichés als: er zijn verschillende wegen die naar Rome leiden, als je niet gelukkig bent waar je bent, beweeg dan, je bent geen boom, dat soort geneuzel. Maar iets in deze jongen raakt me wel. Hij heeft zo’n positief wereldbeeld dat ik me bijna begin te schamen voor mijn daglichtlamp. Kevin eindigt zijn verhaal met een uitdaging. Hij daagt ons uit 21 dagen niet te klagen. Mijn collega gromt nog een keer en zegt: ‘is ‘ie al klaar? Ik wil roken.’ Hoewel ik normaal gesproken ook te cynisch ben om een uitdaging als deze aan te gaan, wil ik het proberen.

Ik ga niet meer klagen over de Lidl muesli, dat het zolang donker blijft en dat ik moe ben. Ik houd op mezelf te straffen als ik mijn voornemens niet weet te behalen en ga mijn kutdagen eens omarmen. Mijn lijstje voornemens belandt in de la, voorlopig heb ik maar een voornemen: in 2020 zal ik tevreden ongelukkig zijn.

No tags 0 Comments 1

No Comments Yet.

What do you think?

Your email address will not be published. Required fields are marked *