‘Roze wolk’

by

Onze ontmoeting kwam als een complete verrassing. En alles wat daarop volgde ook. Misschien is het deze stad, waardoor ik elke ervaring als zoveel intenser ervaar. Of is dit iets heel bijzonders, waar ik per ongeluk tegenaan ben gelopen?

Het ging ongeveer zo: in een donkere ruimte vol met prachtige mensen, liep jij naar binnen –de prachtigste van allemaal. We werden dronken, en nog meer dronken, en een paar uur later vonden we onszelf in de hoek van een bar, verdwaald in eindeloze gesprekken. Jouw donkere ogen keken dwars door mij heen. En vlak voordat ik die van mij had neergeslagen, voelde ik dat mijn hart sneller was gaan kloppen. Wat gebeurde er in godsnaam?

Bij wijze van zelfbescherming deed ik onze ontmoeting af als een doodnormale dinsdagnacht in de stad die nooit slaapt; puur en alleen om de teleurstelling van een gebrek aan vervolg in te dammen. Maar voordat ik het wist, lagen we samen onder de bomen. Onze handen in elkaar verstrengeld, terwijl we zweefden op de muziek. Rozig van de wijn, mijn hoofd tegen de jouwe. Alsof we elkaar al jaren kenden.  

Ik zit op een roze wolk. Ik spreid mijn armen en benen, en laat me opslokken door de waterdruppels om mij heen. Tegelijk draait mijn hoofd opzij, en kijk ik naar beneden. Doodsbang om te vallen. Ongerust over wat ik voel. Niet omdat ik de gevoelens niet ken. Integendeel: ik ken ze maar al te goed. Ze komen tot me als een herinnering die ik probeer te vergeten. Misschien zijn het niet eens deze gevoelens waar ik voor terugdeins, maar de daden die ik ermee associeer: onverschilligheid, desinteresse, afwijzing. En ondanks het feit dat jij niets van dit bent of doet, bereid ik me daar wel op voor. Ik bereid me voor op de scenario’s die ik ken: jij die van de rand van de aarde valt; jij die genoeg heeft van mij; jij die iemand ontmoet die veel leuker, interessanter en mooier is dan ik; jij die bang bent dat ik teveel gevoelens voor je krijg, en afstand wil omdat je bang bent jouw vrijheid te verliezen. Al deze herinneringen zetten mij ertoe om mezelf in te dekken; alles in mij zoveel mogelijk te onderdrukken –ook al ken ik mezelf goed genoeg om te weten dat dat een onbegonnen strijd is.

Een paar dagen terug heb ik die strijd voorgoed verloren. Je nam me mee naar een wereld die ik nog niet kende. Een perfecte bubbel waar ik voor altijd in zou kunnen verdwalen. Je bevrijdde me van mijn idee van genegenheid, en reikte mij een contrast aan dat scherp af stond tegen alles dat ik kende. En dankbaar nam ik het in ontvangst.

Hoe dit zich ook zal ontwikkelen, hoe het ook zal eindigen: ik kan niet anders dan proberen de wolk te omarmen. Pogen het te koesteren. Tot het oplost. En dan is het wellicht niets meer dan een herinnering. Een herinnering aan iets waarvan ik eigenlijk dacht dat het niet meer bestond. In mij, en in deze wereld.

 

No tags 0 Comments 2

No Comments Yet.

What do you think?

Your email address will not be published. Required fields are marked *