Overwegend droog: “Ik blijk een gay-pornoacteur als naamgenoot te hebben”

by

Ik sta droog. Creatief gezien dan hè. Of ja, op het gebied van alcoholhoudende dorstlessers sta ik al sinds februari droog, maar dat is een keuze. En als het om seks gaat neem ik genoegen met het Neerlandsch gematigd zeeklimaat. In ons gematigd zeeklimaat regent het gemiddeld zeven komma zes procent van de tijd, een kleine rekensom leert dat dat naar boven afgerond neerkomt op achtentwintig vrijpartijen per jaar, en voor zo’n gemiddelde zou de achttienjarige ik écht heel wat over hebben gehad. Als het KNMI de vier jaar lange, extreme droogte van toen had kunnen meten was er geen enkele discussie over klimaatverandering meer geweest. Pin me trouwens niet vast op die achtentwintig keer van neukesteijn per jaar, op mijn eindexamen had ik een vier voor wiskunde. In de numerologie symboliseert het getal vier de ​maagd​ Maria, dat vind ik dan wel weer komisch.

Maargoed, creatieve droogte. Ik voel me lamgeslagen door wat er aan de hand is in de wereld. Er komt niets uit mijn handen. Ik heb het even niet meer. Het lukt me niet om te werken, het lukt me niet om te schrijven, en het lukt me niet om te praten. In het oude normaal maakte ik zware onderwerpen bespreekbaar door middel van humor, maar juist nu voelt dat niet goed. Racisme is niet grappig. Politiegeweld is niet grappig. Iets geestigs om de situatie toch op de mij bekende manier te bespreken zou ik dus in mezelf moeten zoeken, maar het enige wat ik momenteel in mijzelf vind is de gekke mix van stuurloos onbegrip en een spanning die doet vermoeden dat ik klaar ben om klappen op te vangen voor waar ik voor sta. De afgelopen weken heb ik mezelf een aantal keer de vraag ‘Zou ik bereid zijn te sterven voor de gelijkheid en liefde waar ik in geloof?’ gesteld. Ik meen dat mijn antwoord ‘Ja.’ is, maar toch voelt het te passief. Meer dan ooit ben ik me ervan bewust dat het nu écht even niet over mij moet gaan. Ik heb het gevoel dat ik veel meer zou moeten doen, en juist dat maakt dat er zo weinig uit mijn handen komt. Lamgeslagen.

Omdat ik de inspiratie dus niet​ in​ mezelf heb kunnen vinden, ben ik het maar ​op​ mezelf gaan zoeken. Op Twitter om precies te zijn. Niet dat ik ooit trending ben, of dat iemand het er überhaupt met naam en toenaam over me zou hebben, maar juist daarom was ik wel benieuwd. Ik tikte mijn naam in in de zoekbalk en realiseerde me toen ik de eerste resultaten zag direct dat het nu toch erg handig was geweest om op school vaker dan twee keer op te komen dagen bij Spaans. Ik worstelde me door een maand aan in talen afkomstig uit de Romaanse tak van de Indo-Europese taalfamilie geschreven tweets heen, die stuk voor stuk leken te gaan over Breaking Bad.

En wat ik toen vond is goud.
Getweet op negen mei van dit jaar; “Jesse Vos & Damon Heart for Lucas Entertainment”, met een video. Negen vind-ik-leuks en één retweet. Ik blijk een gay-pornoacteur als naamgenoot te hebben. En dat vind ik tof. Jesse is een knappe, afgetrainde man met iets verder ontwikkelde baardgroei dan ik heb. Het eerste wat me opvalt als ik de beelden bekijk is het apparaat dat Jesse heeft hangen. Of liever gezegd; staan. In het verleden wilde ik mijzelf nog wel eens gekscherend de, uit een conference van Bert Visscher geleende, bijnaam ​Don Tampeloeres​ geven, maar dat epitheton zal ik toch voor deze andere Jesse Vos moeten laten. Er schieten een hoop gedachten door mijn hoofd. Vragen als; ‘Hoe zou hij in bed zijn?’, ‘Wat moet ik zeggen als ik hem ontmoet?’, en ‘Mocht ik ooit al mijn levenskeuzes heroverwegen en besluiten om de porno-industrie in te gaan, welk alias moet ik dan aannemen nu mijn eigen naam reeds bezet blijkt?’. Ik heb er geen antwoord op en ga slapen.

Tot zover deze column. Met beduidend minder poëzie, en een stuk meer woorden dan mijn vorige bijdrage. Al gaat het uiteraard niet om de lengte, maar om wat je ermee doet.

No tags 0 Comments 2

No Comments Yet.

What do you think?

Your email address will not be published. Required fields are marked *