Laat corona niet het enige zijn waarmee 2020 de geschiedenisboeken in gaat: “Dit is geen race, maar een marathon”

by

Ergens halverwege mei, op een vrij klamme avond zitten we op een bankje midden op de Dam. Groepjes duiven hebben zich verzameld op het lege plein dat er beeldschoon bij ligt in de avondschemer. Ik stel me voor hoe de duiven tegen elkaar klagen dat er weer een dag voorbij is gegaan zonder lekker geplette patatjes die ooit zo weelderig werden achtergelaten door toeristen. Het is stil, zoals het al weken stil is midden in de hoofdstad. We kijken naar de statige gebouwen om ons heen. Het pand van de Bijenkorf, het Nationaal Monument, de Nieuwe Kerk en het Paleis op de Dam. Zoals wel vaker tijdens de lockdown, neem ik alles met veel meer precisie in mij op. Ik luister stil, en kijk naar de gevels van de gebouwen alsof ik ze voor het eerst zie.

En dat is eigenlijk ook zo. Ik kijk naar de hoge ramen van de Bijenkorf en vraag me af hoe lang het warenhuis er eigenlijk al in zit. Ik zie hoe het Paleis met spotjes is verlicht en ik realiseer me dat ik helemaal niet weet waar het marmeren beeldhouwwerk aan de voorkant van het gebouw voor staat. Ik neem me voor om het thuis op te zoeken.

“Gek hè, dat het zo stil is,” fluisteren we tegen elkaar. Het gekrijs van een meeuw weerkaatst in een echo tegen de muren van de historische panden. “Laten we er maar van genieten, zolang het nog kan,” mijmer ik.

Daarna kabbelt mei zomers voort en langzaam maken we ons op voor 1 juno, de dag dat de terrassen en daarmee de samenleving weer opengaat. Aan het begin van de coronacrisis zag ik voor me hoe we op de eerste dag na de lockdown weer samen zouden komen in clubs en bars. We grapten dat het Vondelpark het toneel zou worden van een orgie, als iedereen weer uit zijn holletje zou kruipen. Ik zag voor me hoe ik op de eerste dag van juni zou genieten van bezwete lichamen tegen mijn huid in een bomvolle kroeg.

Ik had alleen even niet bedacht dat dit 2020 is, en dat de wereld niet meer gaat zoals het ooit ging.

Dus op 1 juni werd de stad niet het toneel van westers hedonisme, maar van verzet tegen een eeuwenoud systeem. Mensen kwamen inderdaad in grote getale bij elkaar, niet om te zuipen, maar om te protesteren tegen ons racistische systeem. Gewapend met mondkapjes en kartonnen bordjes spraken witte en zwarte mensen, ouderen en jongeren, import Amsterdammers en zij die er hun leven lang al wonen, zich uit tegen institutioneel racisme. Tegen structurele onderdrukking, tegen discriminatie en vooroordelen, tegen extra hard moeten vechten voor je plekje in deze maatschappij omdat hij niet is ingedeeld op mensen met een donkere huidskleur. We schreeuwden Black Lives Matter keer op keer op keer richting het podium dat pal voor het Paleis stond.

Het Paleis dat werd gebouwd als het Stadhuis op de Dam in 1655 en een uiting was van de macht en status van Amsterdam op het hoogtepunt van de 17e eeuw, het tijdperk waarin Holland overzeese landen koloniseerde en mensen tot slaaf maakten om voor hen te werken en geld te verdienen. Het Stadhuis was zelfs een tijd het kantoor voor de Sociëteit van Suriname, de onderneming waar Amsterdam medeoprichter van was en die de Surinaamse kolonie vanuit Amsterdam bestuurde alsof het een bedrijf was. Zoals te lezen valt in Sociëtet van Amsterdam, geschreven door Karwan Fatah-Black, waren het de bestuurders van deze Sociëteit die besloten om tot slaaf gemaakten te verschepen van Afrikaanse landen naar Suriname.

Driehonderdzevenendertig jaar na de oprichting van de Sociëteit van Suriname sta ik op de Dam naast mijn zwarte vrienden, velen van hen geboren en getogen Amsterdammers nadat hun ouders vanuit Suriname naar Nederland kwamen toen het land onafhankelijk werd in 1975. We roepen, we luisteren, we pinken tranen weg. De Dam stroomt vol en duizenden mensen schrijven gezamenlijk geschiedenis. Ik voel hoe er een kracht in iedereen naar boven komt waar hiervoor geen ruimte voor was. Bijna letterlijk zie ik de collectieve shift gebeuren terwijl de ene vlammende speech na de andere wordt gegeven.

Hou je niet meer in.
Dit kan zo niet langer.
Zwarte Piet is racisme.
Hou deze energie vast.
Dit is geen race, maar een marathon.
We hebben elkaar nodig.

In de dagen erna stroomt mijn tijdlijn vol met boekentips, adviezen voor witte mensen, persoonlijke verhalen van zwarte mensen en uitleg over hoe nu verder. Opnieuw voelt het alsof de wereld hetzelfde meemaakt. De TikTok make-up brush challenge tegen de coronaverveling wordt ingewisseld voor filmpjes die verslag doen van de anti-racisme protesten in Amerika. Petities die pleitten voor financiële steun voor ZZP’ers, zijn nu petities tegen politiegeweld en voor Femke Halsema. Demonstraties in Eindhoven, Rotterdam en de Bijlmer zijn de nieuwe Zoom-meetings.

Daar op de Dam en op alle andere protestlocaties in Nederland hebben we geschiedenis geschreven. Laten we ervoor zorgen dat deze geschiedenis ook echt in de boeken komt. Dat kan alleen als de toekomstige geschiedschrijvers een besef hebben van hoe belangrijk deze beweging tegen institutioneel racisme is. Dat besef begint vandaag, bij ons. En het gaat verder, als we langzaam maar zeker het racistische systeem ontmantelen. Door te lezen, te luisteren. Door gesprekken te voeren en jezelf te confronteren met je vooroordelen. We moeten door ongemak heen en kleur bekennen. Gesprekken voeren, vragen stellen, de juiste keuzes maken. Zodat straks mensen op belangrijke plekken zitten die beleid kunnen voeren voor, en geschiedenis kunnen schrijven over alle Nederlanders.

Het mag niet zo zijn dat corona het enige is waar 2020 over honderd jaar bekend om zal staan. Het moet ook het jaar zijn dat het begin markeerde van de collectieve strijd tegen institutioneel racisme. Het jaar waarin we schreeuwden om gelijkheid op een overvolle Dam en hoe die woorden jarenlang in ons echoden. En vooruit, 2020 was ook het jaar dat de Amsterdamse duif van zijn obesitas afkwam omdat de patat erg schaars was.

No tags 0 Comments 0

No Comments Yet.

What do you think?

Your email address will not be published. Required fields are marked *