‘Ik zou je ‘t liefste in een doosje willen doen’

by

Woensdag 12/9/2018

Als een echte romanticus heb ik altijd gedroomd over echte liefde. Echte liefde zoals je liefde in films zag dan. Mijn oma zei altijd ‘wacht tot je iemand vindt die je op handen draagt’. Vrij grappig vond ik dat, want bestaan die mensen überhaupt? Ze is er heilig van overtuigd dat ik er nu een gevonden heb. Ik zelf ook. Wanneer je leest over de liefde, is er meestal een zeker punt waarop je een brok in je keel krijgt. Het is nooit een echt mooi verhaal. Vandaag wel. Zelfs ruzie maken is iets wat wij niet kunnen. Als we iets hebben wat er op lijkt, voel jij je schuldig, omdat ik verdrietig ben, waarna ik me weer schuldig voel, omdat het niet aan jou ligt of omdat jij nu ook verdrietig bent. De conclusie is altijd dat ruzie nergens voor nodig is.

Er zijn mensen die dat horen en dan gaan roepen dat ruzie maken gezond is. Dat je soms tegen elkaar moet schreeuwen. Dat je geen frustraties moet opkroppen. Als ik dan zeg dat ik die echt niet heb, dan kan dat niet. ‘Iedereen heeft ze!’ wordt geschreeuwd in vetgedrukte letters. Misschien ligt het aan mij, maar ik kan mijn frustraties niet opkroppen. Als je me irriteert dan ga je dat echt meteen horen. Soms wacht ik even tot ik voor rede vatbaar ben, maar langer dan een dag duurt dat nooit. En het explodeert niet. Wat misschien raar is, omdat iedereen die me kent me zal omschrijven als temperamentvol. ‘Wacht maar’ roept men ‘wacht maar’. Na acht maanden samenwonen vraag ik me toch af hoelang dan nog. Misschien bewijzen we echt het tegendeel, denkt deze pessimist.

Je hebt mijn ogen geopend voor dingen die ik onmogelijk achtte, want misschien was ik vroeger ook wel zo iemand die riep dat ruzie maken gezond was. Misschien roepen we dingen die we gewend zijn te zien. Misschien roepen we allemaal wat we met zijn allen roepen. Ik wist niet dat je elke dag met volle overtuiging kon zeggen dat je van iemand hield. Ik wist zeker niet dat ik het kon. Ze zeggen dat andere mensen je niet mogen veranderen. Nog zoiets wat iedereen altijd roept. Ik ben blij te zeggen dat je me hebt veranderd. Dat ik in elk geval voor één persoon geen binnenvetter meer hoef te zijn. Dat ik niks voor jou kan verbergen. Dat je mijn hoofd tussen je handen neemt en constateert wat er is. Dat je er ook bijna nooit naast zit. Ongevoelig, vind je jezelf, ik vind daar iets anders van.

Ik wist niet dat ik het fijn zou vinden als het huis er netjes uitziet, als je thuis komt. Hoe feministisch ik ook ben. Neemt niet weg dat ik ook wil dat het huis er netjes uit ziet als ik thuis kom. Ik had je uitgelachen als ik ooit had toegegeven best met je te willen trouwen. Tot de dag dat je zei ‘als ik op mijn knieën ga, zeg je toch geen nee’. Je kan me zelfs mijn ongelijk laten inzien, alhoewel dat meestal nog wel discussie vereist. Je kunt de aard ook niet uit het beestje halen. Oh en je achternaam hoef ik overigens nog steeds niet.

Ik zou je ’t liefste in een doosje willen doen, zei Annie M.G. Schmidt. Misschien is dat mijn lievelingszin, alhoewel ik daar vaak allergische reacties op krijg. Mensen die zeggen dat je een persoon niet zo aan je kunt binden. Dat het niet gezond is. Mensen kunnen zoveel zeggen, sinds ik jou ken, interesseren ze me nog minder. Ik heb ook nooit bedoeld je vast te leggen, je te verstikken. Ik gun je alles, welke uitspatting je ook zou willen maken. Je hoeft het alleen maar tegen me te zeggen. En praten, dat is waar we goed in zijn. Je zei laatst, dat ga ik nooit meer vergeten, dat hoe meer we bij elkaar zijn en hoe dichter we naar elkaar toe groeien, hoe minder je dat gevoel hebt. Hoe minder je het gevoel hebt ooit ruimte van me nodig te hebben. Er is eindelijk iemand die ik niet kan verstikken met alle liefde die ik wil geven. Je geeft het me gewoon terug.

Wanneer ik naar bed ga, kom je me als het even kan instoppen. Gisteravond kwam je naast me liggen, ik wreef de slaap uit mijn ogen. Ik wilde nog even wakker blijven, zulke momenten wil je voor eeuwig laten voelen. We keken elkaar aan en genoten van de stilte die om ons heen hing. Toen ik mijn ogen niet meer open kon houden, tilde je je hoofd op, keek je me aan en zei je ‘ik wil dat jij voor altijd gelukkig bent’. Mooier dan elke liefdesverklaring die iemand je kan geven. Een onvoorwaardelijke vorm van houden van.

No tags 1 Comment 1
1 Response
  • Ank Tieleman
    October 17, 2018

    Heel mooi Sofie !

What do you think?

Your email address will not be published. Required fields are marked *