Geschiedenis is per definitie politiek: “Twee idealisten en één pessimistische idealist”

by

Over het algemeen ben ik in discussies altijd degene met het meest extreme standpunt. Maar niet in mijn huis. Stel je voor, een bovenwoning, hoge plafonds, een Marokkaanse lamp die schemert in de kamer. Gordijnen zo doorzichtig dat ze haast symbolisch zijn. Gekleurd behang vanaf waar een portret van Bob Dylan de kamer in kijkt. Een grote gele muur met daarop een schilderij van een naakte vrouw. De zwoele zomerbries die het plakkerig en benauwd maakt binnen. Daar wonen wij, mijn vriend en ik. Boven ons, woont zijn broer. Twee idealisten en één pessimistische idealist.

Na wat wijn, laten we onszelf niet voor de gek houden en zeggen een fles, kunnen de gemoederen dan ook hoog oplopen. Hij en ik willen allebei gelijk. Altijd. Als ik het systeem wil fucken, dan wil hij mij eerst fucken en daarna ook het systeem. Hij houdt me scherp.

5 juni 2020. De dag van het Black Lives Matter protest in Utrecht waar ik na heel veel beraad heen ben gegaan. Want moet ik, als witte, gepriviligeerde, hoogopgeleide vrouw wel een plek innemen in dit debat? Uiteindelijk besluit ik dat hoe meer mensen een boodschap uitdragen hoe harder die aankomt en dat racisme óók een probleem van witte mensen is. Zoals ik mannen altijd uitleg waarom zij er ook toe doen in het feminisme. Als slechts de helft van de mensen meedoet aan een revolutie, dan komt er nooit verandering.

’s Avonds kom ik thuis en plof ik op de bank. Aangeschoten, flink ook. Je vraagt je misschien af hoe je dronken wordt op een protest, maar tussen de demonstratie en het moment van thuiskomen zat nog een gesprek van uren met mijn beste vriendin op een terras. Een gesprek waarbij de alcohol rijkelijk vloeide. Terwijl ik op de bank zit, hoor ik de sleutel in het slot gaan. Mijn vriend en zijn broer schuiven aan in onze woonkamer. Zij hebben niet gedemonstreerd, maar omdat het gesprek over niet veel anders kan gaan, zijn we al gauw verzeild geraakt in een verhitte discussie. We hebben het over het verleden van Nederland en wat we daarover geleerd hebben op school.

“Geschiedenis is per definitie politiek”, zeg ik. M. en ik zijn het niet met elkaar eens. “Geschiedenis is op te schrijven als feiten”, zegt hij. Ik probeer hem te overtuigen door een argument wat in mijn ogen geen verdere uitleg betreft: achter elk geschiedenisboek zit een mens. Wanneer ik de geschiedenis feitelijk op probeer te schrijven, zal dat een heel ander boek worden dan wanneer jij dat doet. Daarnaast, wat zijn de feiten? Zijn de primaire bronnen van Julius Caesar feiten over het Romeinse Rijk of kunnen we pas feiten opschrijven als we kijken naar wat er over hem is geschreven? Beide zijn belangrijk voor het bepalen van hoe dingen globaal zijn gelopen, maar hoe het écht was, dat zal niemand weten en dat vullen mensen in. De mensen die geschiedenisboeken schrijven. Hij kijkt er nuchterder naar, ik ga naar bed.

11 juni 2020. Ik luister een podcast over boeken die de leeslijst niet hebben gehaald, maar die er wel op zouden moeten staan. Wij slaven van Suriname van Anton de Kom wordt als eerst genoemd. Een boek waar ik tot twee weken geleden nog nooit van had gehoord. Dat is gek, want voor een grote groep Nederlanders, is Anton de Kom een verzetsheld. Een stem van een generatie, zoals ik aan Bob Dylan denk wanneer ik denk aan protest. Dat is ook gek, als ik het betrek op mijn persoonlijke leven. Ik studeer Nederlandse taal en cultuur. Dat betekent onder andere dat ik ontzettend veel moet lezen. De klassiekers, die zijn allemaal wel zo’n beetje voorbijgekomen. Anton de Kom niet. Max Havelaar wel, maar ook die werd geschreven door een witte man. De term Gouden Eeuw wordt dan wel enkel tussen haakjes gebruikt, maar van alle boeken die ik dit jaar heb moeten lezen, was er één van een schrijver met Marokkaanse afkomst, alle andere auteurs waren wit. Bij een vak kunstgeschiedenis, wat ik ook dit jaar deed, waren alle werken gemaakt door witte mannen. Zelfs in onze geschiedenisboeken hebben we te maken met institutioneel racisme.

En ineens wist ik het, terwijl ik stond af te wassen en naar die podcast luisterde. Geschiedenis is van zoveel kanten te bekijken, dat Anton de Kom ook onze Anne Frank had kunnen zijn. Na dat zijn voorouders decennialang door Nederlanders tot slaaf gemaakt waren, koos hij er in de Tweede Wereldoorlog alsnog voor in het verzet te strijden en daarvoor zijn leven te riskeren en zelfs te geven. Dát had ik als argument moeten geven. Geschiedenis moet feitelijk bekeken worden, als dat betekent, dat we er van alle kanten licht op schijnen, maar geschiedenis is ook per definitie politiek. Iemand maakt de keuzes, iemand bepaalt wat er in de boeken komt. En, zo moet ik toegeven, hebben we nu eens allebei gelijk.

No tags 0 Comments 1

No Comments Yet.

What do you think?

Your email address will not be published. Required fields are marked *