Free Your Fucking Mind: ‘Het was dag vier van de vermissing van mijn beste vriendin’

by

Ik nam een hap van mijn droge burger en vervolgde dit met een diepe, dramatische zucht waardoor ik me bijna verslikte in het karton dat ik gretig probeerde weg te werken.
Het was niet de eerste keer die week dat ik me volledig overgaf aan een vreetbui.
Typisch weer. Je verwacht dat wanneer je iets enorm dramatisch meemaakt, je hoofd dan totaal niet naar eten staat en iedereen om je heen je moet aansporen: eet nou toch wat lieverd, je moet echt goed voor jezelf blijven zorgen, schat’.
Ja, ik zag mezelf al staan op de uitvaart van mijn beste vriendin: doodongelukkig, maar dan tenminste wel in een designer-outfit maatje XS.  
Nou ik niet hoor. Nee, in plaats daarvan propte ik mezelf al dagen vol met al het eetbare dat voor handen lag om dat vervolgens weg te spoelen met alcohol. Want hé, als dit tenslotte geen excuus voor excessive daydrinking was dan wist ik het ook niet meer.

Naast me zat één van mijn beste vrienden.
Zijn ogen gleden van de snelweg voor ons, naar mij en met een verslagen blik en een halfvolle mond zei hij: ‘Oh Val.. wat een armoe’.
Waarna we allebei keihard in de lach schoten. We bleken niet meer te kunnen stoppen. Stukjes burger vlogen door de auto en ik plaste zowaar een beetje in mijn broek. Ach wat, het maakte op dit moment toch allemaal niets meer uit.
Man oh man.. wat een armoe. Wat een onwaarschijnlijke, troosteloze armoe.
Zit je dan: samen in een klein autootje, aan de snelweg, een vieze maaltijd weg te werken nadat je net de hele dag naar het lichaam van je vermiste vriendin hebt gezocht. De situatie was werkelijk waar zo treurig, dat we niet anders konden dan lachen totdat we er buikpijn van kregen.

Wat een intieme, serene dag had moeten zijn, was compleet anders verlopen.
Het was dag vier van de vermissing van mijn beste vriendin. Veel meer dan een afscheidsbrief hadden we niet. Alle pogingen om haar te vinden bleken tot op heden tevergeefs dus we moesten het over een andere boeg gooien. Als tegenhanger van alle speurhonden, helikopters en rechercheteams besloot ik samen met twee dierbare vrienden om een stiltewandeling te maken. We gingen wandelen langs de rivier waar zij in het verleden zo vaak langs fietste. We zouden ons vanuit liefde afstemmen op de energie van onze lieve vriendin, in de hoop dat ze ons daarmee een seintje zou geven. Een kleine hint in de zoektocht die alsmaar hopelozer leek.

Eenmaal aangekomen op de bestemming werden we half omvergeblazen door een keiharde bass die over het water dreunde. Al gauw kwamen we erachter dat er precies die dag een groot technofestival onder de brug van de rivier plaatsvond. Afijn, so much voor het stilte-gedeelte van de wandeling..
Een paar minuten later liep ik achter mijn twee vrienden aan terwijl we ons richting het water verplaatsten. Voorop liep mijn vriendin: Met ferme passen baande ze zich een weg door het hoge gras, ondanks dat haar te hoge hakken steeds dieper in de modder zakten. Ze had zich als een ware Nancy Drew ontpopt en met een vastberaden doch kalme blik die ik al zoveel jaren van haar kende, zocht ze naar aanwijzingen.
Vlak daarachter mijn vriend die met een stok in de aarde stond te porren terwijl hij krampachtig probeerde om niet in al de koeienstront te stappen. ‘Gods allemachtig’ mompelde hij. ‘Dit meen je toch niet.. Als ze ons nu zou zien van bovenaf dan lacht ze zich vast helemaal kapot.. schijtwijf’.
Hij had gelijk. De tranen zouden over haar wangen hebben gestroomd van het  lachen als ze daadwerkelijk had gezien hoe wij ons hier met keiharde techno-muziek op de achtergrond wanhopig een weg probeerde te banen door de koeienmest en het hoge gras. Het leek een absurdistische sketch en dat was precies haar humor. Onze humor. Ik grinnikte. Etterbak.
‘’Kan dit iets zijn?’’ hoorde ik even later in de verte. Mijn vriendin was al een halve kilometer vooruit gestampt en hield weer iets omhoog. Ik haastte me naar haar toe en zag dat ze een leeg waterflesje in haar handen had. ‘’Tja..’’ zei ze. ‘’Als ze bijvoorbeeld pillen heeft genomen voordat ze het water in is gelopen, dan zou ze die toch hebben moeten weggespoeld met water of niet?’ We knikten instemmend en stopte het lege flesje bij de rest van de spullen die we zojuist verzameld hadden: een condoomverpakking, een bijsluiter van truffels en een leeg pakje Marlboro Gold.
We wisten alle drie dat geen van die spullen ons naar onze vriendin zou leiden, maar het verzamelen ervan gaf ons op z’n minst het gevoel dat we niet helemaal nutteloos bezig waren.
In de verte naderde een politieboot. Onze gezichten moeten er door de wanhoop, het slaapgebrek en het vele, vele huilen ongeveer zo uit hebben gezien als dat van de gemiddelde TBS-er met een hardnekkige drugsverslaving dus er bleek niet veel voor nodig om de politie onze kant uit te laten komen.
De andere twee raakten druk in gesprek met de agent aan boord. Ik weet nog dat ik alleen maar naar die kale, gespierde man kon kijken en mij inbeeldde dat hij me aan boord van dat bootje zou slepen, over de motor zou leggen en mij daar dan op dierlijke wijze keihard zou nemen. Ik verlangde intens naar een moment waarop ik niets anders zou kunnen dan de controle volledig uit handen te geven.
Het was hoe dan ook geruststellend om te weten dat mijn inner slut zich ook in tijden van crisis staande – of beter nog – liggende wist te houden.
De agent keek ons vol medelijden aan en vertelde dat, ondanks dat hij begreep dat we ons nuttig wilden maken, dit echt een hopeloze zoektocht was.
Haar lichaam was of allang met de rivier meegedreven óf gezonken als een baksteen. Hoe dan ook zouden we haar hier nooit gaan vinden.

We besloten terug te keren naar huis. Terwijl we over de brug liepen, keek ik naar beneden om een glimp op te vangen van de enorme massa feestende mensen.  
Ik dacht aan al die keren dat ik met háár zo had staan feesten. Ze was altijd al mijn partner in crime geweest.
Nog steeds weet ik niet of het op dat moment kwam kwam door de vermoeidheid, de muziek, het verdriet of het feit dat dat verdomde festival ‘Free Your Mind’ bleek te heten,  maar terwijl ik daar zo stond te kijken kwam alles in mij samen tot simpele eenvoud.
Zo hard als de muziek buiten stond, zo stil werd het vanbinnen.
Zo pijnlijk als de situatie was, zo vredig voelde het in ineens mij.
Ik hoefde niets meer dan ademhalen en met elke bewegingsgolf van de mensen onder mij, voelde ik mij lichter worden. Leeg.

‘’Nou, nog een Mc Flurry toe dan maar?’’
Grijnzend keek ik opzij en draaide de volumeknop van de autoradio nog iets omhoog.
En terwijl we weer van de parkeerplaats af reden en samen luidkeels meezongen met een slecht top 40-nummer, werd ik zoals vele malen eerder die week overspoeld door een enorme golf van liefde.

No tags 1 Comment 4
1 Response
  • Joep
    November 22, 2018

    Ik moet alweer lachen, en bijna direct daarna weer bedroevend. Heerlijk. Groetjes!
    P.s. De harde kritiek volgt!

What do you think?

Your email address will not be published. Required fields are marked *