Een ode aan Rosé: ‘En dan ineens is er, liefde’

by

Het Lief Dagboek werd uitgenodigd door Bacchus Wijnfestival om vier odes aan wijnen te schrijven en voor te dragen. Als de wijnliefhebbers die we zijn, zeiden we daar natuurlijk geen nee tegen. Lees hier derde van de reeks: De ode aan Rosé door Melisa.  


Dit is een ode. Een ode aan de oranje wijn, waarvan de druiven uit de grond van de Adriatische kust zijn verbouwd tot dat fijne, zoete goedje. Dit is een ode aan hem en wat hij met me doet, en aan de drank die ons vloeibare decor vormt. Want ons samenzijn smaakt oranje. Kruidig, fruitig en licht. Samen gezwicht voor dat sulfiet-loze goedje dat ze natuurwijn hebben genoemd.

Ik had hem beloofd dat het lekker zou zijn. Dat ik het lekker vond. Dus keek ik verwachtingsvol naar zijn gezicht terwijl hij zijn eerste slok nam. Hij glimlachte. Ik wist niet zeker of dat vanwege de wijn was, of omdat ook hij voelde wat er door mij heen ging. Misschien was het dat allebei. Het was onze eerste date en we waren geëindigd in een wijnbar – die ene in oud west, waar de tafeltjes dicht op elkaar staan en er op een avond liters aan natuurwijn doorheen gaan. Ik had gevraagd of hij mee wilde. Hun wijn proeven. Toen ik het vroeg, voelde ik een vlaag van opwinding en zenuwen door mijn lichaam gaan – die frisse voorsmaak van een eerste date.

En dan is het er ineens. Liefde. Oud zeer ten spijt. Want hoewel ik het best een beetje spannend vind, en het in eerste instantie misschien nog voorzichtig proefde, drink ik er nu met volle teugen van.

En nu laat ik hem het liefst niet meer los. Zelfs niet als we buiten zijn en hij zegt dat we niet dat kleffe stelletje moeten uithangen. Oké, misschien heeft hij ook wel gelijk. En toch zie ik mezelf iedere keer weer naar zijn hand grijpen als we op de fiets zitten. Als antwoord op mijn aanraking kijkt hij vaak grijnzend opzij, zijn hoofd schuddend. Waarmee hij maar wil zeggen dat we niet zo’n stelletje moeten zijn. Ik weet het, zeg ik. En toch voel ik niet veel later ook zijn hand. Hij plaatst hem op mijn rug en dan is het mijn beurt om grijnzend opzij te kijken.

Waar die oranje wijn uit het zuiden van Italië was wat we dronken op onze eerste date, is dat wat ik later aan zijn moeder gaf, en hij aan de mijne. Het is de wijn die hij voor me meeneemt als hij bij me langs komt, en wat we drinken als we samen zijn – bij voorkeur wanneer de zon schijnt, en de drank nog lekkerder lijkt te zijn.

Niet zo lang geleden was het weer zo’n avond. Buiten schemerde het en de fles pinot grigio stond nog half vol op mijn balkon. Hij stond binnen, in mijn keuken. Zijn bovenlichaam ontbloot, zijn hartvormige gezicht geconcentreerd op de muur. De rest van de wijn zou de beloning zijn voor die ene test die we eerst nog even moesten doorstaan. Geen ikea-kast, maar een plankje. Want klussen kan ik niet, en hij is handig. Dus stond hij, rozig van die halve fles, met de boor in zijn ene, en het plankje in zijn andere hand. Toen de klus af was schonk ik de fles leeg. Onze glazen klonken tegen elkaar en mijn hoofd rustte op zijn schouder. Voldaan, tevreden, mijn bril nog roziger dan-ie al was.

Hij kleurt oranje. Zacht, en warm. Zoals de zon als die laag staat, tijdens het gouden uur van de dag. Ik hou de roze rozen die hij voor me heeft geplukt in mijn handen. Ik nestel me in zijn armen die me vasthouden als ik wakker word, en ruik die geur die verbonden raakt met niemand anders dan hij. Het is liefdevol en het is fijn en alles smaakt naar meer. 

No tags 0 Comments 0

No Comments Yet.

What do you think?

Your email address will not be published. Required fields are marked *