Een ode aan de man die nooit mijn geliefde zal worden: ‘Thank god.’

by

Ik was eigenlijk altijd al van jou. Vanaf de eerste blik die we deelden toen ik nog naamloos was en jij je onbestemd voelde. Daar in die zaal aan de rand van de stad waar ik je tijdens je optreden met mijn ogen had uitgekleed. Ik kan het geroezemoes nog horen alsof het gisteravond gebeurde. Van de kunstacademie meisjes met hun vintage kleding die graag filosoferen over het leven op de muziek van Spinvis en de jochies uit de provincie die maar wat graag een boek wilde schrijven over hun spannende avonturen in Amsterdam. Wij waren niet zoals zij. Thank god.

Later zou je mij DM’en dat het verlangen al die tijd wederzijds was geweest. Maar het kon niet. Jij was immers een gelukkig getrouwd man met kinderen en ik een cynische twintiger met een drankprobleem. Dus werden de weken maanden en de maanden jaren.

Tot die avond dat ik daar bij je achter op de fiets zat. Natuurlijk wist ik mij geen houding te geven en genoot jij daar zichtbaar van. Eindelijk zouden wij die nacht delen waar ik al vijf jaar lang over gefantaseerd had. Je reed mij naar je huis en ik installeerde mij op je lederen bank. Onder het genot van vloeibaar zelfvertrouwen spraken wij over koetjes en kalfjes tot je mij op mijn knieën dwong en je pik diep mijn mond in schoof. De drie uur durende seks bleek net zo goddelijk als je lichaam en dat zou er toe leiden dat we, in de pauzes tussen onze relaties door, vaker afspraken.

Ik had verliefd op je kunnen worden, maar ergens ben ik blij dat dit nooit is gebeurd. Dat er geen valse beloftes zijn gemaakt en niemand gekwetst. Wij zijn wat we zijn. En dat een klein stukje van mij altijd van jou zal blijven juist omdat je nooit mijn geliefde zal worden.

No tags 0 Comments 0

No Comments Yet.

What do you think?

Your email address will not be published. Required fields are marked *