‘De zwakte van een Leeuw’

by

Ze was uitgeput. Er was geen energie meer over. Als een leeuwin die na dagen jagen nog steeds geen prooi had gegrepen. Dominant en overheersend greep haar hand stevig naar haar strot. De lucht werd uit haar longen gezogen, maar toch gaf ze niet op. Ze had haar grens al opgezocht, op het randje gebalanceerd, zich laten nemen door een betekenisloze penis, nog een slok genomen, zichzelf overschat, wat gesnoven uit het envelopje dat op de tafel lag en toen besloten om die extra stap te zetten. Het maakte niet uit welk risico daar aan verbonden was. Simpelweg omdat ze uit egoïsme enkel aan haarzelf dacht, om maar zo min mogelijk aan haarzelf te hoeven denken. De grens over, niet om een ander te kwetsen of ongerust te maken, enkel om haar eigen gevoel uit te schakelen. Was ze daarom zelfingenomen? Het was toch haar pijn, en dat van haar alleen. Ze wilde dat niet delen. Ze had immers toch alleen haar eigen grens overschreden.
In de spiegel zag ik sporen van het laatst benoemde. IJdel als ze was drukte ze met haar nog gevoelige vingertoppen op de bijna onzichtbare kussentjes onder haar ogen. Ze was gesloopt. Ze had zichzelf gesloopt. Het enige rustgevende was dat ze het zelf had gedaan. Zelfdestructie, dat is wat het was.

Het lukte me niet. Het was weken later en ik kwam er niet uit, zat naar een leeg scherm te staren. Hoe cruel het ook is om te zeggen of schrijven, woorden vormen de mooiste zinnen als ze ontstaan door kwetsbaarheid en pijn lijden. Zoals dat je wordt geneukt en gedumpt, en er daarna niet meer naar je wordt omgekeken. Althans, zo ontstonden mijn mooiste verhalen.
Een mens met een gebroken hart of stil verdriet maakt de mooiste werken, zodat er niet over gesproken hoeft te worden, maar je wel iets kan zien. Zoals iemand die werd gedwongen met een hand op haar mond tegen het schreeuwen en het daarna uit angst en trots zelf heeft stil gezwegen. Althans, zo ging dat schrijven bij mij de afgelopen jaren.

Er klonk Franse filmmuziek door de woonkamer en ik keek op de klok. Het was 01.17 en morgen moest mijn column af zijn. Er klonk enkel Franse filmmuziek door de woonkamer. Er werd niet getypt. Net nu ik wilde gaan schrijven dat er misschien iets van dat verdriet weggenomen was, stopten mijn handen onbewust met typen, want ik kan het niet. Als iets is geschreven, dan is het iets wat bestaat en hoe kan iets bestaan, wat je eigenlijk altijd uit de weg gaat. Tegelijkertijd vroeg ik me af hoe het kan dan ik het weet te benoemen, nog net niet letterlijk, maar zonder er iets bij te voelen. Alsof het een paar zinnen zijn, een verhaaltje, wat ik heb geoefend. Hoewel ik wel meer zeg, niet alleen praat. Maar ga ik er nou mee in gevecht, ga ik de strijd met mezelf aan? Duik ik niet gewoon weg, maar laat ik enkel mijn benen op dezelfde plek staan? Vastgebonden met die paar zinnen die ik steeds herhaal.

Een bekende had me laatst een foto uit een boek gestuurd naar aanleiding van een gesprek dat we hadden gehad over onze sterrenbeelden. Deze bladzijde ging over mij. Zo voelde dat. Ik begon het opnieuw te lezen en las weer de zin:
‘De Leeuw is de koning van het dierenrijk en de heerser van de Leeuw (de Zon) is het middelpunt van ons zonnestel.’ Hoezo heerser, dacht ik toen ik dat las. Ik ben de heerser over mezelf. Over mijn lijf, mijn gedachtes, mijn pijn.

Toen kwam het ineens bij elkaar. Zij hadden zich ongerust gemaakt, ieder om mij heen. Ze hadden het gezegd en ik had alleen aandacht voor mezelf gehad. Het was toch van mij? Ik was egoïstisch door te zeggen dat ik er niet over sprak, terwijl mijn pijn, ook voor hen voelbaar was. En ook nu kon ik liegen, zo van ik ga er wel mee aan de gang, maar ik besloot eerlijk te zijn en te zeggen: Nu niet, misschien op een dag.
Ik was tenminste zelfbewust, volgens de bladzijde uit het boek een goede eigenschap.

No tags 0 Comments 0

No Comments Yet.

What do you think?

Your email address will not be published. Required fields are marked *