De tong is scherper dan het zwaard: “Ik fluister mijn eigen naam: Judith”

by

De eerste dagen van quarantaine begroette ik hoopvol. Ik dacht aan alle keren dat ik ‘had ik maar wat meer vrije tijd’ uitkraamde. Ik deed de dingen die ik al een tijd wilde doen, ging lang wandelen, lakte voor het eerst in jaren mijn teennagels en las eindelijk de biografie van Picasso eens uit. Ontzettend getroebleerde man trouwens. Maar nu begint de zinloosheid me te overmeesteren. Ik ga slapen wanneer ik moe word en ontwaak als mijn slaap op is. Dat heb ik al jaren niet gedaan. De motivatie die me de eerste dagen mijn bed uit sleurde is inmiddels op. Ik staar naar mijn dakraam. Buiten hoor ik auto’s rijden. Vanuit mijn kamer klinken ze als een gecomponeerd muziekstuk. Mijn gedachten proberen zich de logica in te kronkelen, maar worden overstemd door het salvo van buiten. Ik laat me hypnotiseren door de geluiden. Ik waan me op een bootje, ergens midden op de oceaan, in een storm. Ik hoor het geklapper van de lijntjes tegen de giek, hoe de golven tegen de romp aan klotsen. Ik weet niet hoelang ik naar de auto’s luister. Ik weet niet eens of ze er eigenlijk nog zijn. Ik weet niet of ik er eigenlijk nog ben. Ik fluister mijn eigen naam: ‘Judith.’ Door het hardop te zeggen voel ik me weer heel. Deze naam is tenslotte al mijn hele leven mijn naam. Langer zelfs, mijn vader zegt altijd dat hij wist, zodra mijn moeder zwanger bleek te zijn, dat ik Judith ging worden. En dat deze naam bij me zou passen als mijn rode haren. Ik denk aan alle andere Judiths op aarde. Vandaag de dag deel ik mijn naam met maar liefst 25000 mensen. Maar er zijn er zovelen geweest. Ik vis de stoffige bijbel die ik van mijn opa geërfd heb uit de kast. Daarin vind ik de eerste Judith die de in de geschiedenisboeken belandde. Tevens is zij een van de eerste, en bar weinige vrouwen in de bijbel die de macht van een man overstegen heeft.

Judith leefde al ver voor Christus. Al zolang als men schrijven kan zijn er tekenen van oorlogsvoering en ook in deze tijd ging het niet anders. De stad Betulia, in het hedendaagse Israël werd belegerd door Holofernus. Dit was een legeraanvoerder die door de destijdse keizer opgedragen was om de hele wereld te veroveren. Dus zo gezegd, zo gedaan, want ja, Holofernus was een man van z’n woord. Zijn leger trok naar het westen en sloeg zijn slag. De Israëli’s deden wat ze konden. Ze sloten de passen af, wierpen hindernissen op en verzamelden in korte tijd al hun mannen om te vechten tegen de grootse Holofernus en zijn leger. Maar al gauw bleek: kansloos. Holofernus liet de enige waterbron bezetten. De Israëlieten werden met de dag hopelozer en dorstiger. Op dat punt konden ze niet anders dan zich overgeven. Met gebogen hoofd en droge mond baanden ze zich een weg naar Holofernus. Tijd om zich over te geven. Maar net daarvoor is Judith, een statige weduwe, tot het besluit gekomen in verzet te komen. Ze trekt haar opwindendste gewaad aan en overtuigt de wachten dat ze gekomen is om Holofernus de weg naar overwinning te wijzen. Holofernus is niet ongevoelig voor haar charme en nodigt Judith uit om met hem te dineren. Met haar vlotte verhaal en lonkende ogen windt ze Holofernus compleet om haar vinger. Hij drinkt liters en liters wijn en zijn roes slaat over in een diepe slaap. Judith raapt haar moed bijeen en pakt voorzichtig Holofernus’ zwaard. Ze pakt hem bij zijn haren beet. Ze vraagt haar God om kracht en hakt in twee slagen zijn hoofd eraf. Ik vraag me af hoe ze zich op dit moment voelt. Krijg je een soort ethische vergunningspas wanneer je opkomt voor je volk? Judith rolt zijn hoofd in een van de dekens en stelt het tentoon op de stadmuur. Holofernus’ leger is natuurlijk compleet van de leg wanneer ze zijn hoofd daar op de stadsmuur zien liggen. Ze worden compleet overdonderd door het plotse verlies van hun leider. In hun verwarde rouw worden ze makkelijk overwonnen door de Israëli’s. Judith gaat de boeken in als een grote held. Of nou ja, in hoeverre vrouwen de boeken halen natuurlijk. We kennen tenslotte allen Mozes wel, die de dode zee scheidde, maar wat Judith deed was minstens zo heldhaftig en wie kent haar nou?

Inmiddels zie ik door mijn dakraam de schemer opdoemen. Ik heb wederom niks gedaan om in de geschiedenisboeken te belanden. Wanneer ga ik het zwaard in eigen handen nemen? Ik sta op en zie een berichtje van Sophie, of ik morgenavond live een verhaal wil vertellen op Het Lief Dagboek. En dan herinner me de uitspraak: de tong is scherper dan het zwaard. Deze is voor alle vrouwen, maar vooral voor Judith.

No tags 0 Comments 4

No Comments Yet.

What do you think?

Your email address will not be published. Required fields are marked *