De strijdbijl begraven: ‘9 maart liggen de spandoeken klaar en wat ik vooral hoop, is dan heel veel mannen te zien’

by

Vrijdag 1/2/2019

Vandaag mogen wij, vrouwen, precies honderd jaar stemmen. Sindsdien zijn we erg ver gekomen, toch zijn we er nog niet helemaal. De tijd dat vrouwen handelsonbekwaam genoemd werden, geen handtekening mochten zetten onder het rapport van hun kind en de tijd dat vrouwen er door iedereen op aan werden gekeken als ze bleven werken terwijl ze een kind hadden. Die tijd hebben onze oma’s nog meegemaakt. De volgende keer als je op de koffie gaat moet je daar maar eens naar vragen. 

Mijn oma had schijt, werkte in een café, sloot míjn opa buiten als hij wel uit mocht gaan en zij thuis moest blijven om voor de kinderen te zorgen en gooide waar nodig een schoen naar zijn hoofd. Mijn oma heeft me misschien wel geïnspireerd om op de barricades te willen staan. Al had ze daar zelf geen tijd voor, met vier kinderen. Ook ben ik opgegroeid met het idee dat je op een vrouw stemt. En dat deed niet alleen mijn moeder, ook mijn vader. Weg met het idee dat een land geregeerd wordt door een groep mannen. 

Ik las gisteren dat tot in 1971 nog in ons wetboek stond dat de man het hoofd van de echtvereniging is. Dat is nog geen vijftig jaar geleden. Misschien waren je ouders toen al wel getrouwd? Nu staat dat niet meer in ons wetboek, maar het idee dat de man de broek aan heeft leeft nog steeds. Anders zou hij over zich heen laten lopen. Nou ben ik geen voorstander van over jezelf heen laten lopen, maar als één groep het misschien verdiend. Tja. 

Er zijn mensen die aan me vragen of het echt nog nodig is, om nu nog feminist te zijn. Er zijn immers al drie golven geweest, die heel wat bereikt hebben. Begin twintigste eeuw vochten we om onze stem te laten horen en voor onderwijs. In de jaren zestig vochten we voor de pil, het recht op abortus en een eerlijkere verdeling in het huishouden. In de jaren negentig stonden vrouwen op tegen seksueel misbruik. Sinds 1991 is er namelijk pas een wet dat een echtgenoot strafbaar is wanneer hij zijn vrouw misbruikt. Of het dus echt nog nodig is activistisch te zijn? Ja. Niet alleen omdat er nog steeds misstanden zijn waarvan veel mensen niet weten dat ze er nog zijn, ook omdat het soms lijkt alsof we terug in de tijd gaan. 

In Amerika, het land waar alles leek te kunnen, is nu niet alleen één van de grootste randdebielen op aarde aan de macht, ook wordt er opnieuw gekeken naar het recht op abortus, zwangerschapsverlof en toegang tot medische voorzieningen voor vrouwen. Misschien kun je dit niet geloven, dat wil ik namelijk eigenlijk ook niet. Als Amerika een-ver-van-je-bed-show lijkt, is het misschien beter het even dichter bij huis te bekijken. De Britse Conservatieven hebben namelijk een pact gesloten met de Ierse Democratic Unionist Party, in Ierland geldt een zeer strenge abortuswet. Ook Engeland gaat er dus waarschijnlijk niet op vooruit.

Ach joh, dat is kut, hoor ik je denken. Gelukkig woon ik daar niet. Toch wil de ChristenUnie, een partij met maar liefst vijf zetels in ons kabinet, zich verzetten tegen de legalisering van abortus. Ze willen dat de wettelijke grens van abortus van vierentwintig naar achttien weken gaat. Ook als je verkracht bent. Toch, hebben we het hier op zich best goed. Zo’n plan zal er hier nooit doorheen komen. Maar er zijn andere problemen die we aan de kaak moeten blijven stellen. Vrouwen verdienen nog steeds zo’n achttien procent minder dan mannen, waarvan acht procent niet te verklaren is. Leg mij dat maar eens uit. 

Het liefst zou ik stoppen met strijden waar ik voor strijd. Dat zou betekenen dat de wereld, of in elk geval het land waarin ik leef, er uit ziet zoals ik zou willen. Omdat dit een belachelijk doel is, schop je mij niet van de barricades. 9 maart liggen de spandoeken klaar en wat ik vooral hoop, is dan heel veel mannen te zien. 

No tags 0 Comments 1

No Comments Yet.

What do you think?

Your email address will not be published. Required fields are marked *