De koffie is koud: “Wat ik niet vertel is dat we ook dansten op ABBA en praatten over porno “

by

Dinsdag 19/3/2019

Een donderdagavond aan de keukentafel. Je vertelt hoe het gegaan is. Wat ik hoor, is dat het nog niet voorbij is. Ik denk aan het feestje wat ik heb afgezegd en ben blij dat ik hier zit. Je vertelt wat er is gebeurd alsof het een film is, een toneelstuk. “Niemand kan zoiets zo leuk vertellen als jij.” Het is je charme en het is ook waarin ik mezelf herken. Ik zeg dat je best mag huilen, maar weet ook dat dat er niet van gaat komen. Al denk ik je toch soms het brok in je keel weg te zien slikken. 

Er zijn weinig momenten dat ik geen woorden heb, maar liefdesverdriet als dit ken ik niet. Ik dacht vroeger nog wel eens mijn hart werd gebroken, maar tegenwoordig ben ik er vrij zeker dat er maar één iemand dat kan. Vroeger, waren het puberale krokodillentranen. Dit verdriet is echt. De onwetendheid ook. Slopend lijkt het me, volgens mij zeg ik dat ook hardop.

‘s Avonds loop ik triest door Kralingen. Ik weet dat het verstandig zou zijn in een bus te gaan zitten, maar ik loop het grootste stuk. Om even na te denken. Het klinkt als de treurigste avond uit mijn leven, maar dat is wat ik er zelf van maak. Wat ik niet vertel is dat we ook dansten op ABBA en praatten over porno en het spannendste wat we ooit hebben gedaan. Verdriet is nooit het enige dat er is. Ondanks dat ik haar hoofd geregeld in mijn handen wil nemen, voel ik me vanavond ook trots op de sterke vrouwen in mijn leven. Ik vrees dat ik er heel anders bij zou zitten, maar tegelijkertijd kan ik het ook niet weten. 

Als ik de voordeur achter me dichttrek kom ik thuis in een donker huis. Ik geniet van de rust die het me brengt. Wanneer ik de voordeur open hoor gaan, slaat de rust om in paniek. Want: “Moet je luisteren, wat er nu is gebeurd! Luister dan, ik kan dit niet aan!” Een schreeuw om geruststellende woorden. Als zij misschien uit elkaar gaan, hoe zit het dan met ons? Dit betekent, dat zoiets ook bij ons kan gebeuren en dat achtte ik onmogelijk. Net als dat ik had bedacht dat jij echt niet vreemd zou kunnen gaan, totdat iemand anders die ik op je vind lijken dat deed. Ik twijfel. Of we het wel echt zo goed hebben. Stel je niet zo aan, denk je. “Tot nu toe, doen we het in elk geval stukken beter.” Je legt me in bed en bij die gedachte val ik slaap. 

‘s Ochtends ben ik eerder wakker dan jij. Ik doe het gordijn een stukje open en kijk naar hoe het licht je gezicht. Je stribbelt tegen en houdt je ogen dicht. Als ik door je haren strijk, val je bijna weer in slaap. Als ik in de keuken sta om koffie te zetten, valt mijn oog op een brief die ik je ooit heb geschreven. Ik twijfel om hem open te maken, want hij is van jou. Maar van mij. Ik lees.

Ik lees: “Nog steeds kan ik wel huilen van geluk dat we elke avond bij elkaar thuis komen en dan ‘s ochtends samen wakker worden. Ik snap niet hoe jij – hoe kut het ook mag klinken – al mijn chaotische stukjes levens ineens tot één geheel breidt. Hoe ik in bed kan liggen en kan bedenken hoe ik alles soms helemaal niet zo voor elkaar heb en dan toch kan denken dat het ook wel goed is zo. Want jij bent er ook. Met jou voel ik me groot en klein en kan ik dat allebei omarmen. En dit is nog  maar het begin.” Ik hoor de deur van slaapkamer kraken als je de keuken in gesjokt komt/ De koffie is koud. 

No tags 0 Comments 0

No Comments Yet.

What do you think?

Your email address will not be published. Required fields are marked *