De Jongen met De Gouden Tand: ‘zegt dat ik mij “geen zorgen moet maken”’

by

Het is woensdagochtend. Terwijl ik langzaamaan mijn ogen open kust hij mij zachtjes in mijn nek. Daar lag ik dan. In een vreemd Rotterdams bed. Bij De Jongen Met De Gouden Tand. Die, ook al zagen we elkaar gisteren pas voor het eerst, aanvoelde als een oude geliefde. Vanuit het raam spot ik een helderblauwe lucht en wat vogels die heen en weer vliegen. “Kijk een vogel!” zeg ik, terwijl ik door de dekens heen voel hoe hij mijn lichaam omarmt. Ik wil zeggen dat hij mij zo dicht tegen hem aanduwt dat ik bijna stik, maar de vlindertjes die vanuit hun cocon mijn buik in zijn geschoten weerhouden mij hiervan. Ik wil mijzelf omdraaien en zijn ondeugd aankijken, maar ben bang voor wat hij zal zien. Wil de magie van de nacht ervoor nog niet doorbreken en ergens wil ik nog even genieten van het feit dat ik voor het eerst in twee jaar eindelijk weer iets voel.

Natuurlijk kan het moment niet voor eeuwig duren en – ook al willen we beiden de tijd vergeten – vier uur later sta ik dan toch op het station. Hij kust mij gedag en zegt dat ik mij “geen zorgen moet maken”. In de trein terug bekruipt mij een naar en onbestemd gevoel.

Het is 4 uur ’s nachts. Ongeveer een maand en drie Whatsapp-ruzies later is het contact eenzijdig geworden en zijn er geen blauwe vinkjes meer bij mijn berichten. Ik lig in mijn bed. Te kniezen. Terwijl ik mijn hoofd naar het raam wend denk ik aan de enige ochtend die wij mochten delen onder die helderblauwe lucht en de rondzingende vogels. Ik voel hoe ik mijn handen tijdens zijn omarming om zijn polsen klemde alsof ik wilde zeggen: ‘laat mij alsjeblieft nooit meer gaan’. De herinnering aan de nek kusjes zijn als stempels op mijn huid en een kleine traan biggelt over mijn wangen.

Als ik de volgende ochtend wakker word is het bed koud en leeg en zijn mijn appjes nog steeds niet gelezen.

No tags 0 Comments 0

No Comments Yet.

What do you think?

Your email address will not be published. Required fields are marked *