Amsterdamse liefde: ‘Tongen na het kotsen en stompen na het morsen, wetend we hebben allemaal zorgen.”

by

Als ik niet in Amsterdam woonde, zou ik er elke vakantie naar toe gaan.

Niet dat saaie slappe, we gaan na Ivo Niehe’s tv show en een lauwe mok kamille thee, rug tegen rug liggen op bed. Ik haat rechte, gepolijste, geordende affectie. Van die half gefermenteerde gesprekken die gaan over wie jij ook lang niet hebt gezien in de hoop dat ik ze ook lang niet heb gezien, zodat we samen lekker kunnen fantaseren over iemands naam waarbij ik zijn of haar gezicht in geen miljoen jaar voor de geest zou kunnen halen.

Beschaafde liefde, fuck dat. Daar is deze column niet voor.

Oerliefde. Schreeuwen in de nachtbus. Tongen na het kotsen en stompen na het morsen, wetend we hebben allemaal zorgen. Maar nu houd iedereen even zijn bek. Onbehouwen, denken komt later wel. Laten we maken, laten we kapot maken, laten we raden, laten we geven, laten we vragen maar vooral: ergens voor staan. Eleganter, arroganter.

Waarom goedkoop als het duur kan, waarom lopen als er ubers bestaan. De stad laat me telkens zien dat alles met te ervoor, zoals te veel, of te laat of tering veel alcohol, met een paar korreltjes zout en een citroentje genomen moet worden. De zon vindt uiteindelijk elk stukje gracht en de hypes waaien over. Alles verandert behalve de herinneringen.

Maar dit stuk is even goed voor gevouwen armen, strak over elkaar heen, zoals alleen een echte binnenstad rat dat alleen kan, betalen voor een festival en dan een beetje eigen recensent spelen. Net zo goed voor de liefde die je voelt als iemand je op een feest voorbij loopt om je de volgende dag een DM te sturen met de volgende woorden: ik zag jou. ik merkte het, lul. Voor elke chick met een abbo bij de cos, abbo voor d’r sos, en de soos. Op zoek, door een safari van complimentjes, oppervlakkige gesprekken en inhoudsloze seks, op zoek naar zichzelf. R.I.P de ludwig, La razza, Billy balster, Backyard, de tram 16, de Sugarfactory en alle andere plekken waar ik veels te jong veels te lang ben blijven hangen.

‘’Ik ben geen schrijver, ik ben een lul’’  zei Faberyayo ooit. Een echte Amsterdammer dacht ik toen. Waarschijnlijk komt hij uit Utrecht en juist op dat moment besef ik me, Amsterdam is een energie, een emotie, een van de sterkste en mooiste. zelfs op vakantie heb ik natte dromen over smalle steegjes gevuld met Aziaten. Over mensen die op m’n drip haten, om een maandje later ook zo aan te komen. De relatie met de stad is te vergelijken met een veel te lang huwelijk waarbij we elkaar uitkotsen maar diep van binnen weten, niemand ons beter gaat behandelen. En dat, dat noem ik Amsterdamse liefde.

<3

No Comments Yet.

What do you think?

Your email address will not be published. Required fields are marked *